Nazorg 2026

Foto: Joachim van der Weijden en Sjoerd Atze de Jong

Terugblik weidevogelseizoen 2026

Het weidevogelseizoen 2026 zit er weer op. Een voorjaar dat vooral in het teken stond van extreme droogte, maar waarin onze vogelwachters opnieuw vele uren in het veld hebben doorgebracht. Ondanks de moeilijke omstandigheden kunnen we terugkijken op een seizoen met mooie resultaten, bijzondere waarnemingen en vooral een hoopgevende ontwikkeling bij de grutto.

Al vroeg in het voorjaar werd duidelijk dat de droogte een grote rol zou spelen. Waar we vorig seizoen zo nu en dan nog een buitje kregen, bleef het dit voorjaar bijna twee maanden droog. Hierdoor konden de werkzaamheden op het akkerland vroeg plaatsvinden en waren veel percelen al snel bewerkt en ingezaaid.

Voor de jonge vogels waren de omstandigheden minder gunstig. Door de droogte was er minder voedsel beschikbaar en zagen we dat veel kuikens moeite hadden om voldoende voedsel te vinden. Het aantal gevonden nesten en broedparen vertelt daarom maar een deel van het verhaal. Uiteindelijk is vooral belangrijk hoeveel jongen vliegvlug worden. Wat een groot voordeel voor dit jaar was wel dat er al vroeg een grootte muizen en ratten plaag op gang kwam. Waardoor voor roofdieren genoeg voedselaanbod was en de weidevogelkuikens een grotere kans.

Ondanks deze omstandigheden bleven onze vogelwachters fanatiek zoeken, observeren en beschermen. Halverwege het seizoen stond de teller al op 60 kievitsnesten, 9 gruttonesten en 50 scholeksternesten. Aan het einde van het seizoen kunnen we de definitieve balans opmaken én een vergelijking maken met 2025.

Eindstand 2026 vergeleken met 2025

SoortNesten 2025Broedparen 2025Nesten 2026Broedparen 2026Verschil broedparen
Kievit103111931074
Grutto781214+6
Scholekster82140103163+23
Tureluur3816-2
Totaal195267209290+23

In totaal werden dit seizoen 290 broedparen van deze vier soorten vastgesteld. Vorig jaar waren dit er 267. Dat betekent een toename van 23 broedparen, oftewel bijna 9 procent. Ook werden meer nesten gevonden: 209 tegenover 195 vorig jaar.

Het totaalbeeld is daarmee positief, al zijn de verschillen tussen de soorten behoorlijk groot.

Grutto – een hoopgevende opleving

De mooiste ontwikkeling van dit seizoen zien we bij de grutto.

In 2025 kwamen we uit op 8 broedparen en 7 gevonden nesten. Dit seizoen werden maar liefst 14 broedparen en 12 nesten vastgesteld. Dat betekent een stijging van 75 procent in het aantal broedparen ten opzichte van vorig jaar.

Dat is een ontwikkeling waar we bijzonder blij mee zijn. Jarenlang was de grutto bijna verdwenen uit het boerenland in onze omgeving. In 2024 werden nog 15 broedparen vastgesteld, waarna het aantal vorig jaar terugviel naar 8. Met 14 broedparen in 2026 zijn we dus weer bijna terug op het niveau van 2024.

Ook gedurende het seizoen zagen we deze positieve ontwikkeling terug. Halverwege het voorjaar stond de teller al op 9 nesten en uiteindelijk werden er 12 gevonden. De drone is hierin onmisbaar zonder zouden we niet alle nesten gevonden hebben.

Dat geeft hoop voor de toekomst, al blijft ook hier gelden dat het aantal broedparen niet alles zegt. Uiteindelijk willen we natuurlijk vooral dat zoveel mogelijk kuikens daadwerkelijk vliegvlug worden. Goed nieuws is dat alle nesten van de grutto dit jaar uitgekomen zijn. De jongen waren een goede twee weken oud toen er gemaaid moest worden. Vroeg in de ochtend zijn Harry en Sjoerd Atze op pad geweest om te proberen de kuikens te vangen en in een ander perceel te zetten. Na regen en veel moeie was er helaas maar 1 kuiken gevonden en ‘gered’. Tot ons geluk en met behulp van de boer die langzaam heeft gemaaid. Kwamen we na de tijd tot de mooie conclusie dat nog een 5 kuikens zich zelf gered hadden. Verwachting is dat deze ook vliegens vlug zijn geworden.

Foto: Harry Boon

Kievit – opnieuw redelijk stabiel

De kievit blijft ook in 2026 redelijk stabiel. Vorig jaar werden 111 broedparen vastgesteld, dit seizoen kwamen we uit op 107 broedparen. Een kleine afname van vier broedparen.

Het aantal gevonden nesten daalde van 103 naar 93 nesten.

Daarmee zien we geen grote veranderingen in de populatie. Na de hoge predatiedruk van vorig jaar waren we natuurlijk benieuwd hoe het dit seizoen zou verlopen. De extreme droogte zorgde dit jaar opnieuw voor andere uitdagingen. Vooral voor de kuikens was het vinden van voldoende voedsel niet altijd eenvoudig. Een perceel waar de eerste leg heeft opgeleverd dat de kuikens vliegensvlug zijn geworden is vrij uniek in de afgelopen jaren.

Toch blijft de kievit gelukkig volop aanwezig in onze wacht. Het bekende beeld van de eerste kieviten die in het vroege voorjaar boven het land buitelen, blijft voor ons ieder jaar opnieuw het echte begin van het weidevogelseizoen.

Foto: Sjoerd Atze de Jong

Scholekster – duidelijke toename

Ook bij de scholekster zien we dit seizoen een opvallend positieve ontwikkeling.

In 2025 werden 140 broedparen vastgesteld. Dit jaar kwamen we uit op maar liefst 163 broedparen. Dat zijn 23 broedparen meer, een stijging van ruim 16 procent.

Ook het aantal gevonden nesten nam flink toe: van 82 vorig jaar naar 103 nesten dit seizoen.

De scholekster blijft daarmee een van de sterkst vertegenwoordigde soorten binnen onze wacht. Daarbij moeten we wel rekening houden met het feit dat het werkelijke aantal mogelijk nog hoger ligt. De scholekster broedt niet alleen op boerenland, maar bijvoorbeeld ook op daken en op het industrieterrein van Harlingen. Daardoor blijft het lastig om alle broedgevallen volledig in beeld te krijgen. Waar we vorig jaar nog een koppeling met verplaatsing naar het natuurgebied maakte zien we nu dat ook daar een flinke toename is dus kunnen we spreken van een flinke toename in het gehele gebied. Wat in een tegenstelling van de neergaande trend in de provincie natuurlijk mooi nieuws is.

Het aanpassingsvermogen van deze soort blijft bijzonder om te zien.

Tureluur – kleine stap terug

Bij de tureluur zien we na de mooie opleving van vorig jaar helaas weer een kleine daling.

In 2024 werden 4 broedparen vastgesteld en in 2025 verdubbelde dat aantal naar 8. Dit seizoen kwamen we uit op 6 broedparen, waarvan één nest daadwerkelijk werd gevonden.

Dat zijn twee broedparen minder dan vorig jaar, maar nog altijd twee meer dan in 2024.

De tureluur blijft een lastige soort om goed te inventariseren. De nesten liggen vaak goed verborgen en de soort maakt veel gebruik van gebieden waar het vinden van een nest niet eenvoudig is. Ook de biotoop die de tureluur nodig heeft is niet meer die op dit moment in het productie land terug te vinden is.

Foto: Sjoerd Atze de Jong

Een unieke velduil

Naast onze vaste weidevogels kende dit voorjaar nog een absoluut bijzondere verrassing.

Tijdens de voorjaarstrek wordt er in onze omgeving wel eens een velduil waargenomen, maar dit jaar bleef er een broedpaar hangen. Op 4 april werd het nest gevonden. Voor zover bij ons bekend was dit het eerste broedgeval van de velduil binnen het gebied van onze vogelwacht.

Een unieke vondst!

Helaas kreeg het verhaal geen goed einde. Na werkzaamheden op het land werd het nest vermoedelijk gepredeerd door een hermelijn. Een flinke teleurstelling voor iedereen die het broedpaar had gevolgd.

Toch zal de aanwezigheid van een broedende velduil een van de momenten van het seizoen 2026 blijven die we niet snel zullen vergeten.

Foto: Sjoerd Atze de Jong

Samenwerking blijft onmisbaar

Ook dit jaar bleek opnieuw hoe belangrijk de samenwerking tussen boeren, loonwerkers en vogelwachters is. Veel nesten bevinden zich midden op percelen waar in het voorjaar volop wordt gewerkt. Goed en snel onderling contact is daarom essentieel.

Dankzij deze samenwerking konden opnieuw veel nesten tijdens de werkzaamheden worden beschermd.

Een groot compliment en dankwoord gaat daarom uit naar alle boeren, loonwerkers en vrijwilligers die hieraan hebben meegewerkt. Zonder hun inzet en medewerking is weidevogelbescherming in het boerenland simpelweg niet mogelijk.

Voorzichtig positief

Wanneer we 2026 vergelijken met vorig jaar, kunnen we voorzichtig positief zijn. Het totale aantal broedparen van kievit, grutto, scholekster en tureluur steeg van 267 naar 290.

Vooral de ontwikkeling van de grutto stemt hoopvol. Na de terugval van vorig jaar nam het aantal toe van 8 naar 14 broedparen. Ook de scholekster deed het met een stijging van 140 naar 163 broedparen uitstekend. De kievit bleef met 107 tegenover 111 broedparen redelijk stabiel en de tureluur zakte van 8 naar 6 broedparen.

Tegelijkertijd moeten we ons niet blindstaren op alleen de aantallen nesten en broedparen. Door de langdurige droogte waren de omstandigheden voor veel kuikens bijzonder lastig. Een gevonden en succesvol uitgekomen nest betekent immers nog niet automatisch dat de kuikens uiteindelijk ook vliegvlug worden.

Daar ligt voor de komende jaren misschien wel de grootste uitdaging: niet alleen zorgen voor voldoende broedparen en succesvolle nesten, maar vooral voor een landschap waarin de jonge vogels voldoende voedsel, rust en dekking kunnen vinden om daadwerkelijk groot te worden.

Toch mogen we trots zijn op wat er dit seizoen is bereikt. 290 broedparen, 209 gevonden nesten, een sterke terugkeer van de grutto en zelfs een uniek broedgeval van de velduil.

En uiteindelijk zijn het de momenten in het veld die ons ieder voorjaar opnieuw motiveren: de eerste kievit die boven het land buitelt, de karakteristieke roep van de grutto in de vroege ochtend en de scholekster die luid zijn territorium verdedigt.

Daar doen we het als vogelwachters voor. Op naar het volgende seizoen!