De Hogewier

Belangrijk onderwerp in de eerste ledenververgadering van 1964 was het reservaat aan weerszijde van de Kimswerderweg. Er werden een paar belangrijke beslissingen genomen.
Allereerst zou er een jaarlijkse teldag worden gehouden.
De heren Attema en Sinnema worden hierbij benoemd als deskundigen.
Verder werd ook besloten dat er geen kievitseieren meer mogen worden gezocht in het reservaat.
Ook werd er een uitspraak gedaan over de vrije toegang van het reservaat. Die was in het broedseizoen niet meer mogelijk. Ook niet voor de eigen leden van de Wacht. Dat riep wel enige weerstand op.
Bedacht moet worden dat in die eerste jaren Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer nog niet in beeld waren als terreinbeheerders van het gebied. Het reservaat zoals het gebied rondom de zandput en achter Kimswerd werd genoemd was nog in handen van de gemeente en van particuliere agrariërs. Er werd nog volop geboerd in het gebied. Wel was duidelijk dat het gebied buiten de Ruilverkaveling Wûnseradiel zou worden gehouden. In 1968 spreekt onze wacht dat in de ledenvergadering ook uit en zo is het ook uitgekomen.
In 1965 wordt het plaatsen van nestbeschermers verzorgd door de heren De Graaf, Rab, Attema, Van der Zee, Sinnema, de Vries, Koopmans en Westerterp aan de hand van een indelingskaart.
Bestuurslid van der Zee houdt zich ook bezig met het vangen van wezels en bunzingen in het reservaat. De huidjes worden verkocht aan Bergsma, maar in 1972 stopt Bergsma met deze handel. Niet bekend is of de vangsten daarna teruglopen en of dit gevolgen heeft gehad voor predatie.
Het jaar 1972 blijkt sowieso wat problematisch. De nazorg loopt niet helemaal lekker, o.a. door een gebrek aan nestbeschermers. Er worden nesten vernield door jongvee. En boer IJkema houdt zich niet aan de afspraken. Hij zoekt toch naar kievitseieren. En omdat hij dat doet op eigen land is er weinig aan te doen. Vervelend.
De coördinatie van de teldag loopt wat mis. Diverse leden zijn boos omdat aangekondigd was dat de teldag om 9 uur zou beginnen, terwijl sommigen om 8 uur al bezig waren.
Begin jaren ’70 komen door het veranderd beheer van het gebied nieuwe soorten tot broeden.
Een voorbeeld is de kluut, in 1972 is men zeer verheugd dat het aantal broedparen is toegenomen van 2 naar 4.

document-verhuur-landDoor de jaren heen zijn er steeds wel bedreigingen geweest voor het reservaat. In 1973 is er een plan om een gastransportleiding door It Hegewiersterfjild aan te leggen. Langs de rand van het reservaat aan de zijde van de N31. Onze wacht heeft hier bedenkingen tegen. Men vat het plan op om samen met Staatsbosbeheer die dan in beeld is als toekomstig beheerder het plan te keren. Dat lukt niet, de leiding ligt er nu nog steeds en vormt eigenlijk geen voor de natuurlijk hinderlijk obstakel.
Dan komt in 2002 Rijkswaterstaat met de plannen voor de verdubbeling van de N31. Er wordt door onze wacht een brief verstuurd dat een oplossing met 2 rijbanen teveel van het goede is. En in 2003 wordt negatief gereageerd op de Milieu Effect Rapportage. Een 2 banen-oplossing zorgt ervoor dat er een scheg van 12 m aan de zijde van het orchideeën-veld en 0 m1 aan de zijde van de Bolswardervaart. De aantasting van de natuur wordt te groot.
Maar het haalt niet veel uit. De dubbelbaansweg komt er toch. Het is natuurlijk jammer dat er een stuk van It Hegewiersterfjild is opgeofferd. Maar de rust in het gebied is gebleven, de tureluurs broeden tegen de N31 aan. En er heeft compensatie plaats gevonden door o.a. een vogelkijkhut bij de put met bijbehorend toegangspad.

Tot in de jaren ’70 moet er jaarlijks door onze wacht een verzoek worden ingediend om een stuk land bij de put dat nog steeds in eigendom is van de gemeente te mogen gebruiken als reservaat-gebied.
In de brief hierboven wordt door de gemeente Harlingen toestemming gegeven voor het jaar 1974. In dat jaar zullen er op desbetreffend stuk wat boompjes worden geplant. Blijkbaar gaat het om een stuk land waar nu het orchideeënveld is.
In 1980 wordt het reservaat definitief aangewezen als natuurgebied. Staatsbosbeheer is dan de nieuwe beheerder. In de praktijk is Lucas Sinnema vele jaren het gezicht in It Hegewiersterfjild.
Naast het tellen van de vogels regelt hij ook het waterbeheer, een groot deel van het toezicht, maar ook het contact met de boeren i.v.m. het toelaten van vee. Dat gebeurt allemaal in nauw en goed overleg met Staatsbosbeheer, meestal met Gosse Hijlkema. Formeel heeft onze wacht dan geen bemoeienis meer met De Hogewier. Maar de praktijk is heel anders.
Er zijn door onze wacht regelmatig pogingen gedaan om nieuwe soorten aan te trekken..
In 1986 is een stevig hok gebouwd in het oostelijk deel met bedoeling dat er bergeenden in zullen broeden. Om hetzelfde effect te bereiken werden er buizen ingegraven in het heuveltjesland. De algemene indruk is dat de uiteindelijke resultaten niet opwogen tegen de inspanningen. De bergeenden kozen in het algemeen voor hun eigen plekjes.
Ook werd getracht om met een schelpenproject meer broedende visdiefjes te trekken. Ook deze bleken eigenwijs. En tot een toename van visdiefjes moesten we wachten tot in de jaren 2000.
Onze leden bouwen in 1987 een observatiehok gebouwd bij de put, deze is inmiddels allang weer gesloopt.

Hoewel de samenwerking met Staatsbosbeheer uitstekend was is onze wacht er content mee dat het gebied in 1997 in beheer wordt overgedragen naar Natuurmonumenten. De eigendomsoverdracht zou overigens pas in 2001 plaatsvinden. De financiële middelen voor goed beheer door Staatsbosbeheer staan onder druk. En omdat Natuurmonumenten een ledenvereniging is met voldoende financiële ondersteuning is dat goed in het beheer te merken.
De nieuwe contactpersoon wordt Jelle de Boer, een kundig en pragmatisch persoon die de samenwerking met onze wacht op dezelfde goede manier in stand houdt.
Natuurmonumenten heeft grote plannen met het gebied. Zie de kaart op deze website.
Grote stukken rondom de put en in de nabijheid van de put moeten worden afgegraven en worden veranderd in plasdras-terrein en water.
In 1999 wordt hiermee een fors begin gemaakt. De vrij gekomen klei kon mooi gebruikt worden voor versterking van de IJsseldijken bij Kampen. Ons land werd namelijk in 1998 geplaagd door bijzonder hoge rivierstanden waardoor hachelijke situaties ontstonden.
De nieuwe ontstane biotopen bleken gunstig voor soorten als de kleine plevier en de bontbekplevier.
Burgemeester, wethouders en raadsleden tonen meerdere malen hun belangstelling voor het gebied.

Het jaar 2004 begint dramatisch. Lucas Sinnema overlijdt volkomen onverwacht.
Hessel Klijn en Harry Boon nemen de taken van Lucas in It Hegewiersterfjild over. Harry bemoeit zich alleen met de tellingen, Hessel gaat verder en neemt ook zaken als waterbeheer en contacten met Natuurmonumenten en met de boeren over.
In de jaren 2004-2008 worden voorzieningen gemaakt om gebied nog wat natter te kunnen houden. Dit heeft een bijzonder gunstig effect voor de jonge vogels in het gebied.
In 2008 wordt definitief geconstateerd dat vogelstand in It Hegewiersterfjild niet te lijden heeft gehad van wegverdubbeling.

In 2011 wordt gestart met het afgraven en herinrichten van een gedeelte ten oosten van de put.
Zo wordt het eindbeeld voor het gebied steeds meer bereikt. De forse hoeveelheid klei die hierbij vrij kwam ligt nog steeds opgeslagen ten noorden van de put. Hopelijk komt er op niet al te lange termijn een waterbouwkundig project waarbij deze uitstekende vette klei kan worden gebruikt.
Soms is het voor de leden onduidelijk wat de binding van onze wacht met het gebied nog is. In de ledenvergadering van 2012 worden daarover vragen gesteld.
Eigenlijk is de situatie duidelijk. Natuurmonumenten is de beheerder. En die maakt gebruik van hand- en spandiensten van leden van onze wacht. En die anno 2014 vooral worden uitgevoerd door Hessel Klijn.
Gelukkig is er regelmatig gelegenheid voor leden om met excursies het gebied in het broedseizoen te bezoeken.

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de stand van verschillende vogelsoorten zich heeft ontwikkeld.

2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013
Kievit 51 25 37 44 37 37 47 57 53 45
Grutto 51 29 34 32 56 51 72 61 65 61
Tureluur 23 24 29 30 43 44 67 46 60 36
Scholekster 31 19 27 19 19 22 24 28 40 34
Kluut 51 26 45 13 67 49 70 63 62 45
Steltkluut 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0
Kemphaan 1
Kleine Plevier 2 3 2 3 8 4 8 7 5 3
Visdief 8 10 10 16 19 17 21 20 25 49
Wilde Eend 16 9 16 15 14 15 27 23 28 28
Slobeend 5 4 4 5 6 5 8 14 11 14
Zomertaling 0 1 2 2 0 2 4
Meerkoet 12 11 10 12 13 13 21 19 17 16
Bontbekplevier 5 2 3 2 0 2 0 0
Dodaard 0 0 1 0 0 0 0 0
Fuut 0 1 3 2 3 5 4 2 1
Wintertaling 1 2 0 4 4 4 7 5 2 2
Gele kwikstaart 2 1 7 3 7 8 8 6 1 5
Witte kwikstaart 0 1 1 1 0 1 1 1 1 0
Bergeend 0 2 4 7 7 7 6 11 11 12
Krakeend 3 3 4 4 6 6 13 11 7 7
Kuifeend 0 3 7 6 9 13 19 17 20 12
Rietgors 6 7 6 5 5 7 14 13 12 14
Kleine karekiet 0 1 1 2 3 5 6 13 17 16
Rietzanger 2 2 4 5 9 4 7 9 13 12
Graspieper 12 4 7 8 15 19 19 16 28 31
Bruine kiekendief 0 0 1 0 0 1 0 2 2 3
Blauwborst 2 3 2 2
Nijlgans 1 1
Kokmeeuw 3 67
Kneu 1
Paapje 1

We zien dat kievit zich wel handhaaft maar toch licht achteruit gaat. Grutto en tureluur gaan uitstekend. Bijzonder is toch wel dat zich in 2013 vermoedelijk een broedgeval van de kemphaan en een paapje heeft voorgedaan. Verder is de toename van visdiefjes en kokmeeuw opmerkelijk.